Onderwijs in Nederland
Keert u binnenkort terug uit het buitenland? Dan merkt u vast dat het onderwijs in Nederland in één generatie tijd enorm veranderd is. In het voortgezet onderwijs hebben basisvorming en de tweede fase hun intrede gedaan. En het hoger onderwijs kent tegenwoordig de ‘twee-fasenstructuur’.
Schoolloopbaan
De vroegere kleuterschool en lagere school zijn samengegaan in een achtjarige basisschool. De eerste jaren in het voortgezet onderwijs krijgen de leerlingen over de gehele linie globaal hetzelfde programma. Basisvorming wordt dit genoemd. Daarna maken de leerlingen een keuze uit leerwegen en profielen, met het oog op doorstroming naar een beroep of vervolgonderwijs.
Vmbo
Het lager beroepsonderwijs en de mavo zijn vervangen door het voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs (vmbo). Dit onderwijs kent verschillende ‘leerwegen’, van meer theoretisch (de oude mavo) tot meer praktijkgericht (het vroegere lbo).
Studiehuis
De havo en het vwo hebben in de hogere klassen de tweede fase met het ‘studiehuis’ ingevoerd, met meer zelfstandigheid voor de leerlingen. Dit moet de aansluiting op het hoger onderwijs verbeteren.
Tweetalig onderwijs
Sommige scholen bieden TTO (tweetalig onderwijs). Dit komt vooral voor in de onderbouw van het voortgezet onderwijs en de tweede taal is vrijwel altijd Engels. Ook bestaat het VVTO (versterkt vreemde-taalonderwijs); dit komt vooral voor in het primair onderwijs.
Bachelor en master
Het hoger onderwijs in Nederland bestaat uit het hoger beroepsonderwijs (hbo) en het wetenschappelijk onderwijs (wo). Hbo-studenten kunnen een voltijd hbo-opleiding van vier jaar afsluiten met de graad van bachelor. Wo-studenten kunnen deze graad na minimaal drie jaar behalen. Daarna kunnen deze wo-studenten in minimaal één jaar hun studie afsluiten met de graad van master.
Meer informatie
Rechts in beeld kunt u het artikel 'Tussen wal en schip - MYP en IGCSE' downloaden voor leerlingen die vanuit het internationaal onderwijs willen instromen in havo en/of hbo.