Subsidie

Het Nederlands onderwijs in het buitenland ontvangt sinds 1983 financiële ondersteuning vanuit de Nederlandse overheid. Na een forse bezuiniging in 2013 verstrekt NOB volgens de op dit moment geldende regeling met het Ministerie van OCW geen subsidie meer aan de bij haar aangesloten Nederlandse scholen in het buitenland. Wat blijft is de ondersteuning op het gebied van kwaliteit en continuïteit en het netwerk dat NOB biedt waarin scholen wereldwijd zich met elkaar kunnen verbinden. Daarnaast staan bij NOB aangesloten scholen nog altijd onder het kwaliteitstoezicht van de Nederlandse onderwijsinspectie.

Regeling stichting Nederlands onderwijs in het buitenland (2014 – 2018)
NOB ontvangt jaarlijks 10 miljoen euro voor haar werkzaamheden, waarvan het grootste deel gealloceerd is voor het uitvoeren van de taken voor de Europese Scholen in mandaat van de Minister van Onderwijs:
• 7,9 miljoen is bedoeld voor de taken die NOB in mandaat van de Minister OCW uitvoert voor de Nederlandse afdelingen van de Europese Scholen, die primair bedoeld zijn voor de kinderen van Europese ambtenaren. 7,6 miljoen euro hiervan bestaat vooral uit salariskosten (inclusief werkgeverslasten) voor de Nederlandse leerkrachten die formeel in dienst zijn bij het Ministerie van OCW.
• 2,1 miljoen is bedoeld voor de infrastructuur en kwaliteitsborging van het Nederlands onderwijs in het buitenland. Het betreft hier de ondersteuning op het gebied van o.a. professionalisering en de onderwijskwaliteit van de ruim 200 Nederlandse scholen die wereldwijd zorgen voor (aanvullend) Nederlands (taal- en cultuur)onderwijs.

 

U vindt de volledige tekst van de regeling hier.

 

Nederlandse scholen in het buitenland kunnen, wanneer zij zijn aangesloten bij NOB, gebruik maken van een breed scala aan ondersteunings- en ontwikkelingsmogelijkheden. Denk daarbij bijvoorbeeld aan centraal aangeschafte producten / licenties zoals Nieuwsbegrip, door NOB ontwikkelde materialen zoals de cultuurgame Cultquest, de professionalisering van NOB (via o.a. webinars en de jaarlijkse bijscholing), uitwisseling met collega's wereldwijd via het netwerk en ondersteuning door onderwijskundig en bestuurlijk adviseurs in de unieke situatie van het Nederlands onderwijs in het buitenland.

Situatie voor 2014
In 2013 ontving NOB nog ruim 18 miljoen euro subsidie van het Ministerie van OCW . Als gevolg van de taakstellende bezuiniging werd dit bedrag met ingang van 2014 met 8 miljoen per jaar teruggebracht. De grootste bezuiniging vond plaats op de leerlinggebonden subsidie van ongeveer 400 euro per leerling per jaar, die in de nieuwe regeling kwam te vervallen. Het aantal werknemers van NOB werd gedwongen met een derde teruggebracht.

Overgangssituatie 2014/2016
In april 2014 is een tijdelijke subsidie beschikbaar gesteld voor de Nederlandse scholen in het buitenland. Scholen ontvingen in 2014, 2015 en 2016 een bedrag van 200 tot 250 euro per leerling per jaar.

Damesakkoord Nederland – Vlaanderen
Het zogenaamde Damesakkoord is op maandag 30 mei 2016 door de ministers van Onderwijs van Nederland en Vlaanderen ondertekend in Brussel. Het beschrijft de wens tot een nauwere samenwerking op het gebied van onderwijs. In het akkoord wordt benoemd dat Nederland en Vlaanderen het belangrijk achten dat er een aanbod van kwalitatief goede Nederlandstalige scholen en programma’s bestaat in het buitenland. De financiering voor de infrastructuur (NOB) en het kwaliteitstoezicht door de Nederlandse Onderwijsinspectie blijven bestaan. De beide ministers zullen de gesprekken met en over (de toekomstige ontwikkelingen van) NOB samen voeren. Jaarlijks wordt bovendien 330.000 euro extra ter beschikking gesteld voor de versterking van de kwaliteit van het onderwijs wereldwijd.

De toekomst
De subsidiestop heeft voor een groot aantal scholen verstrekkende gevolgen. De wegvallende inkomsten afgezet tegen de beperkte mogelijkheden om alternatieve inkomstenbronnen aan te boren of de ouderbijdrage te verhogen leiden tot noodgedwongen keuzes die de kwaliteit van het onderwijs raken. NOB vreest als gevolg van het wegvallen van de leerlinggebonden subsidie dan ook voor de kwaliteit en continuïteit van het Nederlands onderwijs in het buitenland op lange termijn. Wij blijven dan ook in gesprek met overheid en politiek over een mogelijke terugkeer van een vorm van subsidie aan de scholen. Een belangrijk moment daarvoor is het vervolg van de verkiezingen in maart 2017. Daarop voorbereidend heeft NOB inbreng gedaan voor de verschillende verkiezingsprogramma’s. Voor 2017 staan kennismakinggesprekken met de nieuwe onderwijswoordvoerders op de agenda. Daarnaast zorgt NOB via haar netwerk voor een constante zichtbaarheid van het belang en de meerwaarde van goed Nederlands onderwijs in het buitenland.

Delen via: