Het is niet zo dat in een meertalige situatie slechts één manier van opvoeden de beste is. Wel doet u er goed aan om een keuze te maken en deze consequent vol te houden. Onduidelijkheid kan nadelig zijn voor de taalontwikkeling van het kind.
Belangrijk is dat een kind in de periode tot elf jaar de basis van zijn taalontwikkeling (goed leren spreken, luisteren, schrijven en lezen) doorloopt. Hiervoor is in ieder geval een goed ontwikkelde moedertaal nodig. Twee- of meertalige kinderen doorlopen deze universele ontwikkeling in meerdere talen. Na het elfde levensjaar bouwen we enkel nog verder aan ons taalgebruik en de woordenschat.
De bekendste manier van meertalig opvoeden is de één-persoon-één-taal-strategie. Hierbij spreekt dezelfde persoon consequent dezelfde taal met het kind. Omdat de taal die het kind te horen krijgt van goede kwaliteit moet zijn, is het aan te raden dat elke ouder zijn of haar moedertaal spreekt. Is de één-persoon-één-taal-strategie niet mogelijk, dan kan de één-situatie-één-taal-strategie een oplossing bieden. In dat geval kiest u ervoor om consequent in een bepaalde situatie een bepaalde taal met uw kind te spreken.
Bij een tweetalige opvoeding is het van belang dat u uw kind in beide talen ongeveer evenveel aanspreekt. Ook activiteiten als voorlezen kunnen dan beter in beide talen gebeuren. Kinderen zijn namelijk geneigd om de taal te gaan spreken die ze het beste onder de knie hebben.
Als kinderen plezier hebben, zullen ze het spreken van een andere taal niet als een last ervaren. Zing liedjes, speel spelletjes of kijk samen films in beide talen. Wat ook goed kan werken, is hetzelfde boek in twee talen voor te lezen. Zo ziet een kind duidelijk het verschil tussen de twee talen.