Wat maakt Europees onderwijs anders?

Europees onderwijs is een bijzonder type onderwijs, dat anders georganiseerd is dan het reguliere internationale onderwijs. Er ligt een sterke focus op (meer)taligheid en moedertaal, kinderen krijgen altijd les in meerdere talen. Europees onderwijs wordt aangeboden op dertien scholen, en acht daarvan hebben een Nederlandstalige afdeling.

Het Europese onderwijs is bedoeld voor kinderen tussen de vier en achttien jaar oud en wordt aangeboden op drie niveaus: een kleuterschool (twee leerjaren), een lagere- (vijf leerjaren) en een middelbare school (zeven leerjaren). Met het prestigieuze en wereldwijd erkende Europees Baccalaureaat-diploma hebben leerlingen na afloop van de middelbare school toegang tot universiteiten van alle landen van de Europese Unie. 

Oorspronkelijk was Europees onderwijs uitsluitend bedoeld voor kinderen van Europese ambtenaren, nu worden op de scholen ook kinderen onder andere voorwaarden toegelaten.

Meertalig onderwijs

Leerlingen volgen een uitgebreid lessenpakket in hun moedertaal en krijgen sommige lessen in hun tweede taal (de werktalen Engels, Frans of Duits). Het onderwijs wordt gegeven door moedertaalleerkrachten. Wanneer veel leerlingen op één school dezelfde moedertaal delen, wordt een taalsectie voor hen opgericht. Europese Scholen besteden verder veel aandacht aan sport- en cultuuronderwijs. Verder bieden zij beroepsoriëntatie en is er een programma voor leerlingbegeleiding.

Taalsecties

De Europese scholen kennen in totaal vijftien taalsecties (Frans, Duits, Engels, Nederlands, Italiaans, Portugees, Spaans, Deens, Grieks, Fins, Zweeds, Tsjechisch, Hongaars, Litouws, Slowaaks en Pools). Deze afdelingen komen niet op alle scholen voor. De grote scholen (Brussel en Luxemburg) beschikken wel over een groot deel van de taalafdelingen. Leerlingen volgen zoveel mogelijk het onderwijs in de afdeling van hun moedertaal. Omdat niet alle scholen over alle taalsecties beschikken komt het voor dat leerlingen in een andere taalafdeling geplaatst worden. De leerlingen die niet in de taalafdeling van hun eigen moedertaal geplaatst zijn hebben wel recht op een aantal lesuren moedertaalonderwijs per week.

Op de middelbare school volgen de leerlingen een aantal vakken in hun eigen taal. Andere vakken worden in een van de werktalen Frans, Duits en Engels onderwezen. Het onderwijs in de moderne talen geeft men aan leerlingen van verschillende nationaliteiten tezamen.

Europese uren

Kenmerkend voor het onderwijs op de Europese scholen zijn de 'Europese Uren'. Deze uren staan op het lesprogramma van de klassen 3, 4 en 5 en worden niet in de eigen taalsectie gevolgd, maar in groepen van gemengde nationaliteiten en dus in verschillende talen. Doel van deze uren is dat de leerlingen van de verschillende nationaliteiten en uit de verschillende taalsecties elkaar leren kennen, kennisnemen van elkaars sociaal-culturele achtergrond en met elkaar leren samenwerken. Dit mede uit het oogpunt van bewustwording van het Europees staatsburgerschap. Deze lessen bestaan voornamelijk uit sport-, expressie- en sociaal-culturele activiteiten.

Bestuur

Het bestuur van de Europese Scholen wordt gevormd door de regeringen van de deelnemende landen en vertegenwoordigers van de Europese Unie. Het bestuurlijk beheer van de Nederlandse afdelingen is ondergebracht bij Stichting NOB. Dat betekent dat NOB onder andere werkgever is van gedetacheerde leerkrachten aan Europese scholen, in mandaat van het Ministerie van Onderwijs Cultuur en Wetenschap.

Toezicht op het onderwijs

Alle Europese scholen staan onder toezicht van de Raad van Inspecteurs. Elke lidstaat is met twee inspecteurs (PO en VO) in deze raad vertegenwoordigd. Voor Nederland zijn dat inspecteurs van de Nederlandse Onderwijsinspectie, Linde van den Bosch en Alex Coenen.


Educated side by side, untroubled from infancy by divisive prejudices, acquainted with all that is great and good in the different cultures, it will be borne in upon them as they mature that they belong together. Without ceasing to look to their own lands with love and pride, they will become in mind Europeans, schooled and ready to complete and consolidate the work of their fathers before them, to bring into being a united and thriving Europe.

Marcel Decombis (Head of European School, Luxembourg between 1953 and 1960)