Lesgeven in een meertalige omgeving

"We zijn niet meer burgers van een land, maar burgers van Europa, of zelfs van de wereld"

Hoeveel indruk één persoon kan maken? Dat weet Annet Raaijmakers van NTC Thessaloniki als geen ander. Zij ontmoette 30 jaar geleden haar Griekse man in Nederland en ze verhuisden na enkele jaren naar Griekenland. Hier richtte Annet samen met een groep ouders de Nederlandse Taal- en Cultuurschool NTC Thessaloniki op: een kleine school met momenteel ruim 35 leerlingen. Inmiddels is Annet voorzitter en leerkracht geweest bij de school en fungeert zij als intern begeleider op de school. Samen met haar man kreeg zij drie kinderen, twee dochters en een zoon. Wij spreken niet alleen Annet, maar ook haar dochter Danai Passa en kleindochter Nefeli over meertaligheid.

“Ik vond het belangrijk dat de kinderen met twee talen opgroeiden. Hoe meer talen je op een natuurlijke manier worden bijgebracht, hoe zekerder je je daarin kunt voelen. Ook in de klas merk ik dat de invloed van meertaligheid verder strekt dan alleen taal. We zijn niet meer burgers van een land, maar burgers van Europa, of zelfs van de wereld.”

In welke zin speelt meertaligheid een rol op de NTC-school?

“Bij NTC Thessaloniki volgen vooral leerlingen onderwijs met ouders uit twee verschillende landen, in dit geval zijn dat kinderen met een Nederlandse en een Griekse ouder. De verschillende niveaus zijn vaak enorm groot. Voor kinderen die Nederlands moedertaalonderwijs krijgen vanaf de geboorte, is het spreken ervan heel natuurlijk. Zij krijgen al hun hele leven de Nederlandse taal van huis uit mee. Dit zit anders bij kinderen die de moedertaal niet vanaf hun geboorte meekrijgen: zij zijn misschien wel in Griekenland geboren en nog nooit in Nederland geweest. Bij hen merk je dat de motivatie beperkt is. In dergelijke gevallen is het lastig om een kind in een groep te plaatsen. Als ouder en als leerkracht wil je het kind graag met leeftijdsgenootjes in de klas plaatsen, terwijl dit op taalniveau vaak niet kan.”

Hoe ga je met de verschillende taalniveaus om?

“Om de taalsituatie van een leerling goed in kaart te brengen, beginnen wij altijd met een uitgebreide intake met de ouders. Op basis hiervan maken wij een plan, kijken we of het kind een Richting 2 of 3 leerling is, en in welke groep de leerling het beste past. Gedurende de eerste periode kijken we hoe de leerling wordt opgenomen in de groep: het is heel belangrijk dat de leerling een plaats heeft op de school zodat hij of zij zich thuis voelt. Hierna maken wij een handelingsplan, welke we tussentijds bijstellen. In dit plan leggen we afspraken vast over het op peil krijgen van het taalniveau van de leerling. 

Om met de verschillende taalniveaus om te gaan, proberen wij continu situaties te scheppen waarin een kind toch kan praten. We zetten sinds een aantal jaren bijvoorbeeld een stimuleringsleerkracht in. Zij haalt de leerling met taalproblemen uit de klas en gaat hier één of twee kwartier mee aan de slag. In het begin vraagt dit een tijdsinvestering van de school en we geven hele duidelijke instructies mee aan de ouders. Hiernaast is het van belang dat de ouders de moedertaal thuis oefenen. Het is belangrijk dat ouders dit oefenen vanaf het moment dat een kind geboren wordt en hier een ritme in creëren.”


Annet's dochter Danai leest voor aan haar dochter Nefeli

Welke uitdagingen en voordelen brengt meertaligheid met zich mee?

“Meertaligheid brengt veel voordelen met zich mee maar vergt wel een eigen aanpak. Opvallend is vooral dat kinderen die weinig Nederlandse inbreng hebben buiten de school het op gebied van Spelling goed doen. Bij kinderen die wel een groot aanbod hebben van Nederlands gaat het vaak slechter op gebied van Spelling. Concentreren op het geluid van woorden en de juiste schrijfwijze (Spelling) is bij het leren van onbekende woorden gemakkelijker dan bijvoorbeeld begrijpend lezen. Voor de kinderen die weinig Nederlands onderwijsaanbod krijgen is de spellingsvaardigheid dus een manier om toch te scoren. Leerlingen met een Nederlandse achtergrond concentreren zich misschien minder op de techniek Spelling, omdat ze toch beter zijn in taal. 

Ook de woordenschat van meertalige kinderen is vaak minder groot. Je ziet dat kinderen met bijvoorbeeld de eindtoets woorden gebruiken die zij niet in een context kunnen plaatsen. Zo zou een kleuterjuf het over een trein en spoor kunnen hebben, terwijl er in het land van de leerling, bijvoorbeeld Griekenland, heel weinig treinen rijden. Dit zijn woorden die zij in de praktijk niet snel kunnen toepassen. Het is belangrijker dat je het dichter bij de leefwereld van het kind zoekt en woorden behandelt die wél in de praktijk inzetbaar zijn.

De nadelen wegen echter niet tegen de voordelen op. Op de NTC-school merk ik dat kinderen zich vrijer en blijer gedragen; ze durven meer dan op de Griekse school waar vaak nog een streng en ouderwets klassenregiment wordt toegepast. Leerlingen ontwikkelen zich ook beter als persoon: zij leren op een andere manier naar de wereld te kijken, met een bredere blik en meer bewustzijn van culturen.”

Annet's gouden tips voor in de klas:

  1. Maak gebruik van de digitale methode van TaalActief: hiermee kan ieder kind zijn of haar eigen niveau blijven volgen
  2. Digitaal werkt vaak beter dan werken met een schrift of boek: kinderen zijn beter geconcentreerd dan wanneer zij moeten schrijven
  3. Nieuwsbegrip: deze methode is ideaal voor een klas met verschillende niveaus binnen de groep. Ieder kind de tekst op eigen niveau behandelen
  4. Zet een stimuleringsleerkracht in: deze leerkracht gaat individueel met de leerling aan de slag en laat zien hoe je een kind op een andere manier naar de lesstof kunt laten kijken
  5. TPR storytelling: bij deze manier van lesgeven staat de kracht van verhalen en lezen centraal, waarbij je al vragende een verhaal behandelt.

Annet's tips voor ouders:

  • Maak de wereld waarin een kind opgroeit met Nederlands zo groot mogelijk: contact met Nederlandse ouders en vrienden kan bijdragen aan een betere taalontwikkeling. Op deze manier wordt de reden waarom een kind Nederlands 'moet' spreken vanzelfsprekend. 
  • Voorlezen: lees ieder avond een stuk voor uit een Nederlands boek. Op deze manier breng je het kind ook klanken bij
  • Laat de kinderen meekijken tijdens het filmkijken. 

In welke landen is Nederlands onderwijs mogelijk?

Er zijn meer dan 200 onderwijsinstellingen in 115 landen wereldwijd aangesloten bij NOB. Benieuwd waar precies?

Gebruik de Scholenzoeker!