Mariska geeft les in Zwitserland

'Professionalisering is een vast onderdeel van mijn werk'

Een rechtenstudie lijkt niet de meest logische opstap naar een baan als leerkracht: toch is dat precies hoe het voor Mariska Oldenziel is gelopen. Ze geeft inmiddels al negen jaar les aan De Taalfontein in Zwitserland, en leert nog elk jaar nieuwe dingen bij.

‘Eigenlijk wilde ik altijd al juf worden. Toch koos ik niet voor de pabo, toen ik ging studeren. Druk van mijn omgeving heeft daar toch een rol in gespeeld denk ik, en dan maak je andere keuzes. Rechten was toen een breed alternatief, en bovendien vond ik de advocatuur interessant.

Toen ik na mijn studie begon met werken belandde ik in de verzekeringen bij Deltalloyd. Na een jaar trok ik de conclusie dat die baan niets voor mij was, en kwam ik bij Nationale Nederlanden terecht. Eerst als commercieel accountmanager, later kreeg ik een meer adviserende functie. Daar hoorde ook een lesgevende rol als trainer bij, en toen ben ik me voor het eerst gaan bijscholen. Met een posthbo-traject en wat losse cursussen didactiek op zak stond ik al gauw voor een klas volwassenen, die ik op fiscaal-juridisch vlak zou gaan onderwijzen. Daar had ik ontzettend veel plezier in.

In 2006 kreeg mijn man een baan aangeboden in Zwitserland, en toen zijn we vertrokken. Eenmaal in Zwitserland had ik in eerste instantie nog niet veel om handen. Toen ben ik privélessen Nederlands gaan geven aan een jonge vrouw met een Nederlandse moeder. Mijn oudste dochter zat toen al op De Taalfontein. Toen mijn dochter naar groep drie ging ben ik toch eens bij De Taalfontein gaan praten: er bleek werk te zijn. Ik kon aan de slag als klassenassistent, en ben gestart in groep 6/7 van het primair onderwijs.

(Informeel) leren
Tot dat moment had ik eigenlijk alleen ervaring in het lesgeven aan volwassenen, en in mijn eigen discipline. Omdat lesgeven aan kinderen een andere tak van sport is, zocht ik naar meer onderlegging. In eerste instantie heb ik dat vooral uit mezelf gedaan. Ik heb alle handleidingen bij de methodes die we gebruiken gelezen, en heb daarbij veel collega’s geraadpleegd. Die tipten mij dan weer om bepaalde handboeken te lezen, bijvoorbeeld over klassenmanagement. Die verdiepingsslag was erg boeiend, en ik mocht bovendien datzelfde jaar deelnemen aan de Bijscholing van NOB. We nemen vanuit de school om het jaar deel, en we ervaren dat altijd weer als erg nuttig. Ook omdat we ons spreiden over het cursusaanbod, komen we met zo veel mogelijk inhoud thuis, om dat weer met elkaar uit te wisselen. Zelf heb ik bijvoorbeeld de cursus ‘Met Woorden in de Weer’ gedaan, vo-cursussen en het Bekwaamheidstraject voor voortgezet onderwijs.

Het is fijn dat zo’n initiatief als de Bijscholing bestaat, je merkt dat de afstand nog steeds de grootste hinder oplevert wanneer je je in het buitenland wilt professionaliseren. Mede daarom haalt De Taalfontein ook trainingen naar Zwitserland. We werken met ‘Zo leer je kinderen lezen en spellen’, en hebben er hier training voor gekregen, en zo hebben we ook een IB-cursus hierheen gehaald. Natuurlijk wordt professionaliseren op afstand wel makkelijker. Er zijn steeds meer afstandscursussen digitaal beschikbaar. Daar valt het Bekwaamheidstraject ook onder, dat ik heb gevolgd om mijn lesbekwaamheid voor NTC-onderwijs te halen. Een groot deel van dat traject wordt digitaal aangeboden. Toch loop je daar ook tegen de lamp: ik zou graag doorgaan voor mijn bachelor Nederlands, maar dan moet ik wel een volwaardige stage lopen. Die is hier erg lastig te vinden.

Professionalisering: meer dan zware literatuur
Professionalisering is dus eigenlijk een vast onderdeel van mijn werk. Dat moet ook wel: ik geef als het kan ieder jaar weer andere klassen les. De Taalfontein biedt Nederlands onderwijs vanaf de peuterleeftijd tot en met de zesde klas van het voortgezet onderwijs. Dit jaar geef ik voor het eerst les groep 3, naast dat ik ook in het voortgezet onderwijs voor de klas sta. Dat levert weer nieuwe uitdagingen en vraagstukken op. Ik kies bewust voor die veranderingen, omdat mij dat prikkelt. Maar ook wie al jaren op dezelfde plek zit wil ik aanraden elke week zeker twee uur met professionalisering bezig te zijn. Dat hoeft echt niet te bestaan uit twee uur zware literatuur lezen, je kunt ook professionaliseren als je onder de douche staat, of in bed ligt. Denk eens na over de lessen die niet lekker lopen, en vraag jezelf af: wat gebeurt er nu precies, en wat kan ik ermee doen? Ook uitproberen en oefenen (in de klas) hoort bij jezelf ontwikkelen. Het is een continu proces, en dat maakt het juist leuk. Ik geloof echt dat je nooit te oud bent om te leren.

De praktische tip die ik alle leerkrachten mee zou willen geven is: ga morgen met een collega om tafel. Teveel docenten zien hun werk als een eilandje, en zijn heel zelfstandig ingesteld. Gevolg is dat ze de problematiek graag zelf binnen het klaslokaal oplossen. Waarom? Niet alleen de onderwijskundige achtergrond van je collega kan helpen, maar soms zit het hem juist in iets simpels als levenservaring, of je ervaring als ouder van je kinderen. Overleg dus niet alleen over de praktische zaken, maar neem ook de tijd voor een vakinhoudelijk gesprek. Wat ook kan helpen: maak elk jaar je professionalisering tot een vast punt in je functioneringsgesprek. Dat doen wij op school ook. Zo maak je duidelijk dat je dat belangrijk vindt richting je werkgever, en dwing je jezelf om het een plek in je werk te geven.’

In welke landen is Nederlands onderwijs mogelijk?

Er zijn meer dan 200 onderwijsinstellingen in 115 landen wereldwijd aangesloten bij NOB. Benieuwd waar precies?

Gebruik de Scholenzoeker!