Als Third Culture Kid "terug" naar Nederland

door Ivo Jonker - NTC-docent

Third Culture Kids, global nomads of hidden immigrants. Het zijn bekende begrippen voor internationaal mobiele gezinnen, maar lang niet voor iedereen.

Ook voor het onderwijsveld in Nederland zijn deze termen relatief onbekend. Dat is jammer, want daardoor is er vaak weinig aandacht voor de uitdagingen waar Nederlandse kinderen die vanuit het buitenland naar Nederland verhuizen, mee worstelen. Vaak is er van terugkeer überhaupt geen sprake, omdat het kind nooit eerder in Nederland woonde. Het onderstaande (fictieve) voorbeeld van Daan geeft een realistisch beeld. 

Daan is bijna 10 jaar. Hij is geboren in Den Haag, maar weet vrijwel niets meer van zijn tijd in Nederland. Toen hij 2 was verhuisde hij met zijn ouders naar Bangladesh, omdat zijn moeder daar ging werken. Na een aantal jaar vertrok de familie naar Senegal. In beide landen volgde Daan onderwijs op een internationale school, in combinatie met een aantal uur Nederlands onderwijs. Thuis spreekt hij Nederlands met zijn ouders, op school spreekt hij meestal Engels en de taal die hij op straat spreekt is Frans.

De Third Culture Kid

Daan is een Third Culture Kid (TCK). Dat wil zeggen dat hij een groot deel van zijn ontwikkelingsjaren in een andere cultuur heeft doorgebracht dan die van zijn ouders (Pollock & Van Reken, 2009). Een TCK groeit op in drie verschillende culturen: de eerste cultuur is bij Daan die van de ouders, de tweede is die van het gastland en de derde cultuur is die van de internationale gemeenschap in het buitenland. Hoewel Daan goed Nederlands spreekt, er Nederlands uitziet en in Den Haag is geboren, heeft hij een andere culturele achtergrond dan zijn leeftijdsgenoten in Nederland. De meeste van Daans klasgenoten op de internationale school zijn eveneens Third Culture Kid(s). Ze komen uit alle hoeken van de wereld, maar hebben één ding gemeen: ze groeien op in een andere cultuur dan die van hun ouders en die van hun leeftijdsgenoten uit het land van hun paspoort. 

Er zijn meerdere Third Culture Kid-varianten. Daan gaat bijvoorbeeld naar een internationale school, maar er zijn ook kinderen die in een land buiten Nederland naar het lokale onderwijs gaan. Daarnaast is het mogelijk dat een kind wel naar de internationale school gaat, maar dat de ouders zich voor langere tijd in het gastland vestigen. Het kind groeit dan wel op in de internationale cultuur van de dagschool, maar verhuist zelf niet, en hoeft zich daardoor ook niet meermaals aan een nieuwe fysieke omgeving aan te passen.


De Hidden Immigrant

TCK's die terugkeren naar de cultuur van (één van) hun ouders worden ook wel Hidden Immigrants genoemd. Deze kinderen lijken op de meeste andere kinderen uit het land en spreken vaak de taal. Toch hebben ze meestal een culturele achtergrond die voor hun nieuwe omgeving meestal niet zichtbaar is.           

Daan en zijn vader en moeder worden door hun chauffeur Abdou uitgenodigd om het offerfeest, dat in Senegal groot wordt gevierd, samen met hem en zijn familie te vieren. Tijdens de lunch worden er grote, ronde schalen met eten op de grond gezet. Alle kinderen gaan gehurkt om de schaal zitten en beginnen te eten van de ‘taartpunt' die voor hen bestemd is. Daan krijgt als enige van de kinderen een lepel en begint ook te eten.

Hoewel Daan al bijna vier jaar in Senegal woont, bekend is met de gewoontes en geen enkel probleem heeft om met zijn handen te eten, wordt hij anders behandeld dan de Senegalese gasten. Dit komt voornamelijk doordat hij er niet Senegalees uitziet. De andere gasten verwachten daardoor niet dat hij alle gewoontes kent, en het zal hem makkelijk worden vergeven wanneer hij iets doet wat binnen de cultuur eigenlijk niet hoort. Hierdoor kan hij ‘fouten’ maken die van zijn Senegalese leeftijdsgenoten niet getolereerd zouden worden.

Stel dat Daan volgend jaar naar Den Haag verhuist. Daan ziet er Nederlands uit en spreekt de taal vloeiend. Zijn omgeving verwacht dat hij zich Nederlands gedraagt en hoewel Daan op de Nederlandse scholen in het buitenland genoeg heeft geleerd over de Nederlandse cultuur, heeft hij ook veel niet meegekregen. Het zelfstandig naar school fietsen is in het begin bijvoorbeeld misschien even wennen. Net zoals de sportclub en muziekles, die niet meer door school worden georganiseerd, maar door een aparte vereniging. Ook de klasgenoten van Daan zullen misschien even vreemd opkijken wanneer hij bij het opruimen van de gymspullen de mand met ballen op zijn hoofd terugbrengt naar de opslagruimte.  

Bovengenoemde voorbeelden zijn redelijk makkelijk uit te leggen of te verklaren. Lastiger zijn de culturele aspecten die minder zichtbaar en concreet zijn. Daan is bijvoorbeeld opgegroeid in een land waar het niet gangbaar is om volwassenen in de ogen te kijken wanneer er met hen gesproken wordt, en waar het niet gewaardeerd wordt om met een oudere in discussie te gaan. Hoewel hij naar een internationale school ging waar de omgangsnormen iets minder strikt zijn, zal hij toch moeten wennen aan de directheid waarmee zijn nieuwe klasgenoten in Nederland met hun leerkracht spreken.

De voordelen en uitdagingen voor een TCK

Opgroeien als TCK heeft absoluut voordelen. Dankzij het leven in een ander land en het contact met andere culturen hebben deze kinderen vaak een breder wereldbeeld, van nature veel ervaring met het omgaan met verschillende culturen en gewoontes en uitgebreide sociale vaardigheden. Als gevolg van de vaak grote mobiliteit zijn TCK’s vaak zeer flexibel. Zij wennen telkens weer aan hun nieuwe omgeving, wat het aanpassingsvermogen bevordert. Tot slot spreken TCK’s meerdere talen. Dit is niet alleen een voordeel in de communicatie, maar heeft ook een positieve invloed op de cognitieve ontwikkeling, het empathisch vermogen en de snelheid waarmee andere talen worden aangeleerd.

Een uitdaging voor een TCK is vaak het thuis voelen, het hechten, het aarden. Door de internationaal mobiele gemeenschap waarin deze kinderen opgroeien neemt een TCK veel vaker afscheid van vriendjes en vriendinnetjes dan in Nederland op een reguliere school het geval zou zijn. De vraag “Waar kom je vandaan?” is bovendien lastig te beantwoorden. Gaat het hier om waar je geboren bent, waar je het langst heb gewoond of waar je je het meest thuis voelde?

Kinderen helpen landen

Om de terugkeer van leerlingen die in het buitenland Nederlands onderwijs hebben gevolgd op sociaal-emotioneel gebied soepeler te laten verlopen, startte NOB in 2016 een onderzoek in samenwerking met de Missing Chapter Foundation.  Kinderen uit de bovenbouwgroepen van scholen uit Den Haag, Odijk, Nairobi en Saigon dachten mee over de vraag: “Hoe zorgen we ervoor dat Nederlandse kinderen die verhuizen vanuit het buitenland naar Nederland verhuizen zich zo snel mogelijk thuis voelen in de klas?” De belangrijkste conclusie; maak het bespreekbaar in de klas. Om dat gesprek te faciliteren ontwikkelden we “Praatkaarten”: leuke, handige en slimme vragen voor kinderen die vanuit het buitenland naar Nederland of Vlaanderen verhuizen, te gebruiken in de klas in het buitenland en in Nederland. Ouders kunnen deze praatkaarten hier aanvragen.

Om het begrip over de unieke situatie van de leerling bij de nieuwe juf of meester te vergroten, ontwikkelde NOB eerder al de handreiking: “Een Nederlands kind uit het buitenland”. Deze handreiking die door de ouders kan worden overhandigd aan de nieuwe leerkracht bevat allerhande informatie, van tips voor de sociale aanpassing tot didactische tips. 

Het besluit is genomen. Daan gaat na acht jaar buitenland terugverhuizen naar Nederland. Hij gaat wonen in een dorpje in de buurt van Den Haag, en gaat daar naar een reguliere openbare school. Zijn ouders hebben direct nadat ze het besluit hebben genomen, contact opgenomen met de school. De leerkracht in Senegal heeft een onderwijskundig rapport samengesteld en deze samen met de laatste twee schoolrapporten en een uitdraai van het leerlingvolgsysteem naar Daans nieuwe school opgestuurd. Ook heeft de Nederlandse leerkracht in Senegal geholpen met het uitleggen/vertalen van het Internationale Curriculum naar het Nederlands onderwijs. De ouders van Daan hebben de nieuwe juf gewezen op de “Handreiking voor een Nederlands kind uit het buitenland” op de website van NOB.

De eerste dag na de vakantie zit Daan met zijn nieuwe klasgenoten in de kring. Voor de vakantie hebben zij al gehoord dat er een jongen uit Senegal bij hen in de klas komt. Maar, deze jongen ziet er helemaal niet uit alsof hij uit Senegal komt. Wanneer ze hem met de leerkracht horen praten geeft hij ook antwoord in het Nederlands, hoewel Daan wel iets anders spreekt dan de andere kinderen in de klas. De leerkracht begint: “Daan, zeg het maar, waar kom je vandaan?”  

Bij het schrijven van dit artikel is dankbaar gebruik gemaakt van het boek ‘Third Culture Kids – Growing up among worlds’ van David C. Pollock en Ruth E. Van Reken.

B