Hoe krijg je niet sprekende peuters en kleuters aan de praat?

door Angelique Hoogstrate - senior onderwijsadviseur

Peuters en kleuters die niet of weinig spreken tijdens de les. Veel leerkrachten in het buitenland zullen dit herkennen.

Wat kan de oorzaak zijn en vooral: hoe help je deze kinderen om wel te gaan spreken?

Het is niet zo vreemd wanneer een kind dat net start op de Nederlandse school de eerste maanden stil blijft. Een wenperiode van drie maanden is heel normaal (zowel voor peuters als kleuters). Merk je na die drie maanden dat een leerling je nog altijd niet volgt of begrijpt, of blijft hij of zij erg gesloten in de klas, dan is het goed om te onderzoeken hoe je deze kinderen kunt helpen. 

Er zijn verschillende redenen waarom peuters en kleuters tijdens de les niets of maar heel weinig zeggen. Wat kan de reden zijn voor jouw stille peuter of kleuter? Is het kind verlegen, is de taalbeheersing in het Nederlands onvoldoende, is er sprake van een spraak-/taalstoornis of is het wellicht een combinatie van bovengenoemde redenen?

Verlegenheid en veiligheid

In het NTC-onderwijs is de Nederlandse leerkracht een gezicht dat kinderen maar een aantal uren per week zien. Bij jonge kinderen kan het om die reden wat langer duren voordat zij zich op hun gemak voelen en durven uiten. Kinderen die zich onveilig voelen kunnen reageren met acting-out-gedrag (schreeuwen of agressief gedrag) of juist door heel stil te zijn.

Het is voor kinderen belangrijk dat zij een veilig gevoel hebben in de klas, dat zij het gevoel hebben erbij te horen. Je kunt ouders betrekken bij het creëren van een fijne situatie voor het kind. Zo kun je afspraken maken over het afscheidsmoment aan het begin van de les. Mogen de ouders in de klas blijven tot het kind zich op zijn/haar gemak voelt of spreek je een duidelijk afscheidsmoment af? Vraag hen wat foto’s van thuis, bijvoorbeeld van de favoriete plek, het huisdier of de eigen kamer van het kind. Nieuwe kinderen kunnen daarnaast hun favoriete knuffel meenemen en naast een vriendje/vriendinnetje of naast de juf zitten. Geef kinderen tijd en ruimte om te wennen, stel niet teveel vragen, maar neem ze bij de hand.

Routines 
Jonge kinderen voelen zich het beste in een duidelijke structuur. Deze structuur bevorder je door routines in te bouwen. Zo kun je de les beginnen met een vast welkomstliedje of kringactiviteit. Het kan helpen om de opbouw van de les visueel te maken met dagritmekaarten, zodat een kind weet wat het kan verwachten. Je kunt ook speel- en opruimplekken in de klas labelen met pictogrammen (afhankelijk van de mogelijkheden van het lokaal), zodat kinderen makkelijker en zelfstandiger hun weg kunnen vinden. Ook liedjes en gebaren kun je structureel inbouwen in vaste situaties zoals opruimen, iets eten, toiletgang en naar buiten gaan.

Natuurlijk instroommoment
Laat het kind waar mogelijk starten op een natuurlijk moment., Meestal is dit aan het begin van een nieuw schooljaar of na de kerstvakantie. Dit zijn momenten waarop je vanzelfsprekend met de hele groep de regels en routines opfrist. Lukt dat niet, geef kinderen dan individueel extra aandacht om ze zo een fijne plek in de groep te geven.

Taalbeheersing

Sommige kinderen zijn lang verlegen of stil doordat zij de Nederlandse taal (nog) niet op niveau beheersen. Soms spreekt en begrijpt het kind de taal (nog) niet, in andere gevallen begrijpt het kind de taal wel maar kan hij of zij deze nog onvoldoende spreken. Hoe krijg je nu een kind dat het Nederlands nog onvoldoende beheerst toch actief mee in de groep en zorg je ervoor dat de andere kinderen niet ook teveel in een andere taal gaan spreken? Het is raadzaam al bij de intake van het kind te vragen naar talen die het kind spreekt en naar het thuistaalgebruik van zowel het kind als de ouders. Wanneer een kind alleen in zijn of haar andere taal spreekt, mag je best af en toe met het kind communiceren in deze taal (als je de taal beheerst) om zo de taal en daarmee het kind te erkennen.

Samen met de cursisten van de peuter-kleutercursus op de Bijscholing in Veldhoven zijn de volgende tips geformuleerd:

  • Blijf in het Nederlands de taal teruggeven - vertaal de zinnen in eenvoudig Nederlands voor het kind;
  • Betrek de andere kinderen, vraag bijvoorbeeld in de kring: "Wie weet het Nederlandse woord daarvoor?"
  • Introduceer een handpop of knuffel die alleen reageert op Nederlandse woorden en zinnen;
  • Spreek de goed Nederlands sprekende kinderen aan op hun taalgedrag: leg uit dat zij juist Nederlands moeten praten, zodat ze de nog niet Nederlands sprekende kinderen helpen door het goed voor te doen;
  • Translanguaging: zet de andere (school- of thuis)taal in om te vergelijken met het Nederlands: hoe maak je dierengeluiden in jouw taal en hoe zijn ze dan in het Nederlands? Hoe tel je in jouw taal, wat zijn de dagen van de week?
    En ook: als je weet welke thema’s en boeken op de dagschool worden gebruikt, gebruik deze dan ook in de Nederlandse les. Maak vergelijkingen tussen de klanken, woorden en zinnen in de verschillende talen.
  • Gebruik spelmomenten: speel mee en verwoord in het Nederlands. 

De MarnixAcademie biedt een lijst tips over dit onderwerp, compleet met instructiefilmpjes.

Houd bij binnenkomende kleuters de taalontwikkeling bij door na drie maanden de passieve woordenschattoets (de TAK-toets) af te nemen, als nulmeting. Doe dat na een half jaar weer, zodat je kan kijken of er ontwikkeling is. Bij peuters kan je hetzelfde doen aan de hand van de Go4ty-lijst. Daarnaast is er voor niet of nauwelijks sprekende peuters en kleuters een observatielijst, die verschillende stadia in beginnende (Nederlandse) taalontwikkeling vastlegt. Hij heet Observatielijst taal R3-leerlingen en je vindt hem op Mijn School (rechts in beeld).

Spraak- of taalstoornis
Volgt de leerling NTC-onderwijs en vermoed je dat er mogelijk een spraak- of taalstoornis ten grondslag ligt aan het niet-spreken? Onderzoek dan of er ook in de dominante taal een probleem is. Je kunt hierover in gesprek gaan met de ouders of (in overleg met de ouders) met de leerkracht van de dagschool. 

Gebruik om te onderzoeken of er mogelijke een taal- of spraakstoornis is bij kinderen die Nederlands als moedertaal hebben de Groninger Minimum spreeknormenlijst of de SNEL-test. Scoren kinderen daar niet goed op, dan is het raadzaam hen te laten testen op gehoorproblemen. Ook autisme of een verstandelijke beperking kan een oorzaak zijn van een achterblijvende spraak- of taalontwikkeling. Voor kinderen met Engels als moedertaal zijn er de “Warning Signs" van Hanen. Aangezien de taal- of spraakproblemen zich niet alleen op de Nederlandse school zullen voordoen, is het aan te raden om in overleg met de ouders contact op te nemen met de dagschool. Wanneer een kind getest wordt, zal dit gebeuren in de dominante taal van de leerling. Wil je dit vanuit het Nederlands testen, dan kun je in Nederland contact opnemen met een orthopedagoog. Via de online logopediepraktijk kun je ook terecht voor advies, onderzoek en begeleiding.

Tips voor ouders
Ouders kunnen de taalontwikkeling van hun kinderen ondersteunen door te weten wat er gebeurt tijdens de NTC-les en thuis liedjes, boekjes en spelletjes te doen die ook tijdens de les gebruikt worden. Dat biedt herkenbaarheid en veiligheid voor kinderen, waardoor ze ook meer open staan voor het Nederlands. Bied ouders handvatten om dit te doen door hen hier informatie over te geven via bijvoorbeeld een nieuwsbrief, een besloten facebookgroep of een link naar filmpjes die je opneemt tijdens de les. Het is uiteraard ook van belang dat er thuis voldoende Nederlands taalaanbod is. Een leuke tip om ouders op te wijzen zijn digitale prentenboeken, eenvoudig te vinden via YouTube.

Meer informatie?
Op Mijn School vind je de pagina die specifiek gericht is op peuter-kleuteronderwijs. Daar staan onder andere voorbeelden van hoe je een speciaal peuter-kleuterbeleidsplan maakt, en je vindt er de NTC-handleiding voor Kleuterplein 2. Daarnaast kun je uiteraard ook contact opnemen met Angelique Hoogstrate, als je vragen hebt over dit onderwerp.


B