Vernieuwd Inspectietoezicht

door Daisy Hombergen - coördinator Team Buitenland & Inspecteur Primair Onderwijs

Wat verandert er door de nieuwe onderzoekskaders?

Elke bij NOB aangesloten school krijgt haar of één van haar vier collega’s op bezoek, eens in de vier jaar. Daisy Hombergen is al een aantal jaren Inspecteur Buitenland en sinds november 2018 coördinator van Team Buitenland van de Inspectie van het Onderwijs. Het inspectietoezicht over de grens lijkt veel op hoe dat in Nederland gebeurt, al zijn er zeker verschillen. Vanaf 1 januari 2019 zijn er nieuwe onderzoekskaders van kracht voor scholen in het buitenland: Daisy praat ons bij.


“Wat is kwaliteit precies? En hoe onderzoeken we dat? Dat is waar de onderzoekskaders over gaan. De onderzoekskaders bestaan uit twee delen: wat wij als Inspectie beoordelen (waarderingskader) en hoe we werken (werkwijze). Het waarderingskader gebruiken we als we een school(bestuur) onderzoeken. Dat waarderingskader bestaat weer uit verschillende onderdelen, die noemen we standaarden. Voorbeelden van standaarden zijn ‘didactisch handelen’ en ‘zicht op ontwikkeling’.


Voor scholen in het buitenland
In Nederland zijn al sinds augustus 2017 nieuwe kaders van kracht, waarbij we werken met een ‘bestuursgerichte aanpak’ in alle onderwijssectoren. Nu we daar een periode ervaring mee hebben, zijn vorig jaar ook de kaders voor het buitenland aangepast. Deze zijn afgeleid van de Nederlandse onderzoekskaders, en zijn waar mogelijk hetzelfde.

Vanaf januari 2019 zijn we daadwerkelijk met de nieuwe onderzoekskaders voor het Nederlands onderwijs in het buitenland aan het werk gegaan. Er is een nieuw kader voor het primair onderwijs en een voor het voortgezet onderwijs. In principe zijn de onderzoekskaders voor NTC-scholen en dagscholen in het buitenland hetzelfde, alleen onderzoeken we op dagscholen meer onderdelen (standaarden) zoals bijvoorbeeld ‘veiligheid’ of ‘extra ondersteuning’

We gebruiken speciale kaders voor scholen in het buitenland, vanwege de (soms grote) verschillen tussen de onderwijssituatie in Nederland en daarbuiten. In het buitenland zien we vrijwel alleen zogenaamde éénpitters: scholen waarbij één school onder één bestuur valt. In Nederland vallen er vaak meerdere scholen onder één bestuur. In de bestuursgerichte aanpak, die we in Nederland hanteren, onderzoeken we alle besturen één keer per vier jaar en maken dan de keuze welke scholen van een bepaald bestuur we onderzoeken. In het buitenland onderzoeken we alle scholen en besturen één keer in de vier jaar.

Ik ben nu zes jaar Inspecteur Buitenland, en heb inmiddels aardig wat scholen gezien. Daarnaast ben ik alweer tien jaar Inspecteur Primair Onderwijs voor de scholen in Nederland. Alle inspecteurs in Team Buitenland combineren die twee taken. We zijn allereerst inspecteur op scholen in Nederland en hebben daarnaast een vast aantal ‘dagen’ voor de inspectietaak in het buitenland. Voor mij is daar de rol als coördinator en aanspreekpunt bijgekomen, die taak heb ik in november 2018 overgenomen van Martin Uunk.


Het schoolbezoek
Als wij een school in het buitenland bezoeken, geldt net als voorheen: als de school voldoet aan de basiskwaliteit (en dus een 'voldoende' beoordeling krijgt) komen wij over vier jaar terug. Is een school onvoldoende, dan krijgt de school een herstelopdracht en komen wij na twee jaar terug om te zien of er voldoende herstel is.

We kijken tijdens een schoolbezoek nog steeds naar dezelfde dingen. Alleen geven we nu minder oordelen op details (dit noemden wij indicatoren). We kijken nu meer naar een standaard als geheel (bijvoorbeeld 'didactisch handelen' of 'zicht op de ontwikkeling van leerlingen').

Wat in de nieuwe onderzoekskaders scherper is uitgewerkt zijn de ‘basiskwaliteit’, de ‘eigen aspecten van kwaliteit’ en de herstelopdrachten bij onvoldoende kwaliteit. In het buitenland betekent basiskwaliteit dat de school voldoet aan de wettelijke eisen zoals deze in Nederland gelden. Een 'goed' geeft aan dat het uitwerken van de kwaliteit van die standaard echt een speerpunt van je school is, waarvan je overtuigend kunt aantonen dat het werkt (dat noemen we eigen aspecten van kwaliteit). Dat kan ook het opvallend en overtuigend goed uitvoeren van de basiskwaliteit zijn.

Als schoolbestuur in het buitenland merk je hier en daar verschillen met de oude situatie. Het bestuur is verantwoordelijk voor de onderwijskwaliteit op de scholen en daarom begint én eindigt het vernieuwde toezicht bij het bestuur. Het schoolbestuur is ons directe aanspreekpunt, waar dat voorheen vooral de school was. Nieuw is de bestuursreactie, die als apart hoofdstuk wordt opgenomen in het inspectierapport. Zo kunnen besturen aangeven wat zij vinden van het inspectieoordeel, wat hun visie is en waar ze aan willen werken in de komende jaren. Ook is er in het toezicht meer aandacht voor het financieel beheer. Nu is de financiële continuïteit een apart onderdeel van ons onderzoek, waar we dit vroeger alleen bespraken met het bestuur.


In de praktijk

De reacties op de nieuwe kaders in Nederland zijn tot dusver goed: besturen voelen zich meer aangesproken. We maakten eerder al afspraken met schoolbesturen, maar nu worden die afspraken echt ingebed en gekeken of deze worden nagekomen. Zorgen dat afspraken vastliggen en nagaan of ze nog werken is juist fijn, dat geeft je als school ook continuïteit.

Helaas zien we nog vaak dat juist die continuïteit in het buitenland te wensen over laat. Als we bij een school terugkomen na vier jaar, zit daar heel vaak een geheel nieuw bestuur, een nieuwe directeur, een (deels) nieuw team en veel nieuwe leerlingen. Dat hoeft geen probleem te zijn, als de koers is vastgelegd. Maar dat gebeurt lang niet altijd. Of het nu gaat om een aanbod, een werkwijze, taakverdeling of bestuursoverdracht: leg de belangrijke onderdelen vast. We zien dat goed draaiende scholen puur door wisselingen op losse schroeven komen te staan. Het vasthouden en ook vastleggen van de dingen die goed gaan maar bijvoorbeeld ook van leerlingdossiers, is het allerbelangrijkste. Dat voorkomt dat een nieuw bestuur of nieuwe directeur elke twee jaar – met de beste bedoelingen – weer een nieuwe koers uitstippelt.

Als inspectie hebben wij daarin een waarborgfunctie. Soms merk ik dat wij nog wel eens als verlengstuk van NOB worden gezien of andersom. Wij zien NOB als partner om ieder vanuit de eigen rol, het Nederlands onderwijs in het buitenland te verbeteren; we hebben hetzelfde werkveld, en wisselen informatie uit. Tegelijk is de scheidslijn duidelijk: wij zijn toezichthouder, NOB levert advies en is verantwoordelijk voor het uitkeren van de subsidie.

En als toezichthouder is het niet ons doel om slechts één keer per vier jaar te oordelen, en scholen en besturen daarmee achter te laten. We willen ze iets meegeven waar scholen en besturen concreet mee verder kunnen. Als dat lukt, dan hebben we ons werk goed gedaan.”


In contact komen met Team Buitenland
?

Blijf op de hoogte van het Inspectienieuws, en meld je aan voor de nieuwsbrief.

B