Wat moet je als leerkracht met ict?

door Wytze Niezen - onderwijsadviseur

Hoe houd je je als leerkracht staande in de klas van de toekomst?

Hoe jouw klaslokaal er over twintig jaar uitziet, weet niemand. Toch is er veel discussie over, want is een lokaal of zelfs een leerkracht in de toekomst nog wel nodig? Dat heeft alles te maken met (het gebruik van) informatie- en communicatietechnologie. Ict dus. Anno 2018 heeft ict een vaste plek in ons leven, en in de klas. Hoe moet je daar als leerkracht mee omgaan, als je nog wat jaartjes mee wilt?

Eigenlijk speelt ict in mijn hele carrière een rol. Ik studeerde in de tijd dat computers een steeds grotere rol gingen spelen in het dagelijks leven, maar het onderwijs er nog niet veel mee deed. Ik probeerde toen in te schatten welke impact de computer op de maatschappij zou hebben, en wat het onderwijs daar van kon leren. Ik besloot direct mijn scriptie te wijden aan multimediatheorieën. In mijn eerste baan als docent rolde ik daardoor ook vrij snel in de rol van ict-coördinator. Een mooie combinatie, omdat je de ruimte hebt om ontwikkelingen in de gaten te houden, en die direct te toetsen in de lespraktijk. In 2011 startte ik als een van de eersten met een iPadklas. Twee jaar later vertrok ik naar Singapore, om daar les te gaan geven. Daar introduceerde ik Chromebooks op school, toen nog behoorlijk nieuw.

Op beide scholen was er ruimte om te experimenteren: ik heb eens een spellingles vormgegeven door leerlingen op pad te sturen met een iPad, om foto’s te maken van ij/ei-woorden. Die foto’s verzamelden we dan weer op een Twitterfeed. Ontzettend leuk, vooral omdat zo’n opdracht leerlingen (letterlijk) in beweging brengt. Hun motivatie neemt toe, omdat ze zelf eigenaar worden van hun leren.

Natuurlijk raken leerlingen niet uitsluitend gemotiveerd van technologie. Er zijn docenten die het al jaren zo(nder) doen en dat prima vinden werken. Dat geloof ik graag, net zoals ik geloof dat pen en papier nog steeds prima communicatietechnologieën zijn. Kanttekening daarbij is wel dat er anno 2018 mooiere, efficiëntere middelen beschikbaar zijn in plaats van pen en papier, die bovendien een extra meerwaarde bieden. Pen en papier gebruiken werkt inderdaad prima, maar zo kun je het gebruik van een wasbord en groene zeep ook verdedigen. Toch gebruik ik zelf liever een wasmachine.

Ik gun jou en je leerlingen die wasmachine, dus ik maak je graag enthousiast om (meer) met ict aan de slag te gaan. Aan de hand van vijf stellingen deel ik mijn blik op de toekomst. Hopelijk geeft je dat een concreter beeld van de rol die ict kan en zou moeten spelen in jouw lespraktijk.

1. Iedereen kan ict in zijn les integreren

Informatie- en communicatietechnologie is een breed begrip. Er zijn grofweg drie manieren waarop je als leerkracht ict kunt inzetten of gebruiken:

  • Ict als middel

Op dit niveau is ict ondergeschikt aan een leerdoel. Vaak vervangt de technologie een al bestaande manier van lesstof aanbieden of verwerken. Denk bijvoorbeeld aan programma’s als Quandle of WRTS, waarmee leerlingen eenvoudig woordjes kunnen leren. Zo’n programma vervangt dus het mondeling of schriftelijk overhoren. Je kunt ook denken aan oefensoftware als Taalzee, Ambrasoft of de software bij je methode.

  • Ict als doel

Op dit niveau is ict zelf het lesonderwerp. Het kan dan gaan om het uitleggen van de functionaliteiten van Word, leren programmeren, maar ook mediawijsheid en het kritisch lezen van digitale informatie horen in dit rijtje thuis. Leerlingen lijken veel te kunnen, maar laat ze iets zoeken op Google en ze komen niet heel ver. Bovendien weten ze vaak ook niet wat ze moeten doen met de informatie die ze gevonden hebben.

  • Ict op organisatorisch vlak

Dit gaat over de organisatorische voordelen van ict. Denk hierbij aan leerlingvolgsystemen (als vervanger van die gigantische multomappen met dossiers), maar ook aan externe schoolkanalen als Facebook, en e-mail.

Zo eenvoudig kan het inzetten en gebruiken van ict zijn. Ik zie docenten soms in een kramp schieten als het om ict gaat: die denken dat ze een socialmediageek moeten worden, vlogs moeten uitspugen en een game moeten kunnen optuigen. Dat is dus niet zo, je bent ook al met ict bezig als je het digitale platform van een lesmethode samen met je leerlingen gebruikt. Ik ben ervan overtuigd dat iedereen iets met deze technologieën kan, zolang de wil er is. Sterker: ik vind dat elke leerkracht iets met ict moet, juist omdat je op elk niveau kunt instappen.

2. Door tablets te gebruiken leren kinderen sneller

Ik geloof niet dat er een soort ‘sluiproute’ bestaat om je iets sneller eigen te maken. Daarvoor weten we nog veel te weinig van ons brein. Wat tablets wél kunnen is het leerproces effectiever en efficiënter maken.

De manier waarop je tablets inzet is hierbij cruciaal. Er wordt steeds meer onderzoek gedaan naar de leeropbrengsten van tabletleren. In dit artikel wordt bijvoorbeeld het effect van Snappet (= een platform met lesstof en oefeningen) in spellingonderwijs uiteengezet. Daarin lees je dat er bepaalde tabletoefeningen zijn die positieve effecten hebben (zoals gespreide en adaptieve oefening, of het oefenen met meerdere, niet gelijkende spellingcategorieën). Er zijn echter ook oefeningen met negatieve effecten, zoals multiple choice-oefeningen waarin ook foutieve spellingen zichtbaar zijn, of oefeningen waarbij de eigen foutieve spelling zichtbaar is.

Het is dus altijd handig je in te lezen, voor je lukraak met een programma begint. Of bevraag een collega die meer thuis is in tablets en programma’s. Op de website van Eduapp vind je een handig overzicht van apps en lesmaterialen.

3. Over twintig jaar bestaat het vak ‘leraar’ niet meer  

Een leerkracht blijft altijd nodig. Leren is te complex om te vatten in data of systemen. Alle nuances, ervaringen en omgevingsfactoren in het bestaan van je leerlingen kunnen we simpelweg niet samenbrengen in ‘koude’ technologie. De menselijke antenne valt (nu) niet na te bootsen.

Denk maar aan dit voorbeeld: Margriet zat vanmorgen tot half 11 vrolijk in je klas, niks aan de hand. In de pauze kreeg ze ruzie met haar beste vriendin, waardoor je haar na de pauze met geen mogelijkheid bij de les kon houden. Op dat sociaal-emotionele niveau speel jij als leerkracht een cruciale rol; dat is precies waar een computer op tilt slaat.

Vandaag de dag ondersteun je dat sociaal-emotionele deel van je werk met je fysieke aanwezigheid. Zelfs met een telefoon- of Skypegesprek mis je nuttige signalen die je helpen bij onderbuikgevoel en oordeelsvorming. Wie weet bedenken we in de toekomst wel een soort superhologrammen, die op afstand al die waarnemingen kunnen nabootsen… dan leef je in een bijna-realiteit. Of dat voldoende is, durf ik niet te zeggen. In 2014 publiceerde Johannes Visser dit visiestuk in De Correspondent, over de leerkracht van de toekomst. Ook hij ziet niets in de robotisering van het onderwijs: ‘Wij hebben al die leraren nodig, maar alleen als zij zelf weten waarom zij nodig zijn.’ 

4. Smartphones zijn voor elke les een toevoeging

Mijn insteek is altijd: gebruik ict waar het kan, zolang het een meerwaarde biedt. Wat die meerwaarde precies is? Simpel: ik creëer een situatie die ik zonder ict niet had kunnen creëren.

Stel, je wilt een les wijden aan argumenteren. Dan kun je aan de slag gaan met een Lagerhuis-achtige werkvorm. Dat is op zichzelf leuk, maar je kunt ook leerlingen de opdracht geven elkaar te filmen terwijl ze met elkaar in debat gaan. De meerwaarde zit hem dan in de evaluatie: zonder het beeldmateriaal is een leerling niet in staat om zo diepgaand zijn eigen prestaties te beoordelen.

Zo zag het eruit toen ik in de klas aan de slag ging met 'non-verbaal taalgebruik'


Om terug te komen op de stelling: nee, smartphones zijn niet altijd een toevoeging. Het TPACK-model geeft inzicht in wat je als docent nodig hebt om technologie op een nuttige manier in je les te integreren. Dat zit hem in drie dingen: kennis over vakinhoud, didactische kennis, en kennis van ict. Volgens de theorie zijn die drie kennisvlakken cirkels die elkaar deels overlappen. De overlappende vlakken geven aan dat twee kennisgebieden geïntegreerd zijn. Als pedagogische kennis en contentkennis overlappen kun je dus inschatten hoe je content vormgeeft met het oog op de juiste instructie.

Mis je een van de drie elementen, dan gaat het niet lukken. Dat kan situatiegebonden zijn: soms mis je de kennis van een bepaalde technologie die voor een bepaald onderwerp heel geschikt kan zijn in jouw klascontext. Met een ander middel kun je dan wel uit de voeten. Je zou bijvoorbeeld een les over vulkanen kunnen voorbereiden door middel van een rondleiding in virtual reality – maar als je de kennis en vaardigheden niet bezit snijdt dat geen hout. Je kan dan ook kiezen voor het regelen van een Skypegesprek met een vulkanoloog: zo kan je klas interviewen oefenen én iets over vulkanen leren.

5. Kinderen moeten leren programmeren, alsof het een vreemde taal is

Nee. Dat wil zeggen, aan programmeren op zich heb je niet zoveel. Ik vergelijk het graag met het leren van talen: ik kan bijvoorbeeld goed Nederlands spreken, maar dat zegt nog niet zoveel over mijn vermogen om talen te leren in zijn algemeenheid. Als ik (grofweg) weet hoe talen werken en hoe ik ze kan aanleren, is het makkelijker in te schatten welke talen ik snel en minder snel aan kan leren.

Als je die gedachtegang vertaalt zouden kinderen dus computational thinking moeten leren: het begrijpen van de wereld en mogelijkheden van computers. De frictie tussen mens en systeem wordt steeds minder, en als je niet begrijpt wat er ‘achter’ een beeldscherm gebeurt, houd je je niet staande in de wereld van de toekomst. Omdat ik computational thinking beheers, kan ik me bijvoorbeeld snel een nieuw systeem eigen maken, of op zijn minst snel inschatten of ik voldoende in mijn mars heb om het te kunnen gebruiken.

Natuurlijk is het leuk als je HTML5 kunt programmeren, maar als dat veroudert sta je in je hemd. Maar, ik denk wel dat het goed is als leerlingen een basaal idee hebben van programmeren, net zoals ik een basaal idee heb van Frans en Duits. Wil je je leerlingen kennis laten maken met ‘computertaal’? Op de website van SLO vind je meer over digitale geletterdheid.

Wil je na het lezen van deze blog meer doen met ict? Speciaal voor scholen in het buitenland schreef Wytze verschillende adviezen. Die kunnen alle bij NOB aangesloten scholen teruglezen op BRON (inlog vereist).

B