Terugkeer leerlinggebonden subsidie vanaf 2018

12 december 2017

Vanaf 2018 ontvangen alle bij NOB aangesloten scholen weer een leerlinggebonden subsidie, vergelijkbaar met de situatie zoals die voor afschaffing van de aanvullende subsidie per 1 januari 2017 was. Het kabinet trekt hier jaarlijks 3 miljoen euro voor uit. Minister Ingrid van Engelshoven (onderwijs) maakte dit vandaag bekend tijdens een ontmoeting met haar Vlaamse collega Hilde Crevits in Brussel.

“Duizenden Nederlandse en Vlaamse kinderen gaan naar school in het buitenland. Het is belangrijk dat zij goed onderwijs krijgen in het Nederlands. Deze kinderen komen namelijk vaak weer terug naar Nederland of Vlaanderen, en kunnen dan zo probleemloos mogelijk instromen in het onderwijs. Deze investering helpt bij een soepelere schoolloopbaan van deze groep leerlingen,” aldus Van Engelshoven. Directeur-bestuurder Karen Peters van NOB is zeer te spreken over de investering: “Het doet mij enorm goed om te zien dat het nieuwe kabinet de meerwaarde van ons bijzondere netwerk inziet en structureel investeert in moedertaalonderwijs voor onze jonge wereldburgers.”

Leerlinggebonden subsidie
Tot 2017 ontvingen bij NOB aangesloten scholen van het ministerie van OCW per ingeschreven leerling een jaarlijkse financiële ondersteuning. Voor veel scholen was deze ondersteuning van groot belang om de kwaliteit van en toegang tot het onderwijs te kunnen garanderen. Het vorige kabinet besloot om deze subsidie per 1 januari 2017 volledig te laten vervallen. De Inspectie van het Onderwijs constateerde kort na de zomer in een rapport dat het wegvallen van de subsidie duidelijke negatieve effecten had op een aanzienlijk deel van de Nederlandse scholen in het buitenland. 

Enorme opsteker
Karen Peters, directeur-bestuurder van NOB, is erg blij met de terugkeer van de aanvullende subsidie voor bijna 200 Nederlandse scholen in het buitenland: “Voor een groot deel van de bij ons aangesloten scholen is dit een enorme opsteker. Hun inspanningen om, tegen de conjunctuurschommelingen in, toch hun school open te houden – wat steeds lastiger werd - worden nu beloond. Het rapport van de Onderwijsinspectie toonde al aan dat financiële ondersteuning van Nederlands onderwijs wereldwijd essentieel is om ervoor te zorgen dat een aanzienlijk deel hiervan niet omvalt. De afgelopen jaren zijn we voor en achter de schermen voortdurend in gesprek geweest met beleidsmakers, de politiek en andere belanghebbenden om telkens het belang en de meerwaarde van ons unieke wereldwijde netwerk te benadrukken. Je merkt dat de maatschappij inmiddels meer dan voorheen doordrongen is van het belang, nut en de noodzaak van goed moedertaalonderwijs. Het netwerk van Nederlandse taal- en cultuurscholen vormt immers een belangrijke basis voor de internationale oriëntatie van Nederland. Als Nederlandse samenleving wil je deze ouders en hun kinderen koesteren. Deze internationale kinderen en jongeren staan garant voor kansen in de toekomst, zeker in een globaliserende kenniseconomie die Nederland is.”

Vertrouwen in de toekomst
Peters ziet de toekomst van het Nederlands onderwijs wereldwijd met vertrouwen tegemoet: “Ik hoop dat de scholen met de terugkeer van de aanvullende subsidie de komende jaren de ouderbijdrage kunnen verlagen en de focus weer kunnen leggen waar deze hoort: het werken aan kwalitatief goed Nederlands taal- en cultuuronderwijs. Dat is de grote winst van de terugkeer van de aanvullende subsidie en één die mij hoopvol stemt.”