Bekostiging

NOB voert haar werkzaamheden uit in opdracht van het Ministerie van OCW. De basis hiervoor is de Regeling Stichting Nederlands Onderwijs in het Buitenland. De volledige tekst van de regeling is hier te lezen.

NOB ontvangt jaarlijks 10 miljoen euro voor haar werkzaamheden, waarvan het grootste deel gealloceerd is voor het uitvoeren van de taken voor de Europese scholen in mandaat van de Minister van Onderwijs:

  • 7,9 miljoen is bedoeld voor de taken die NOB in mandaat van de Minister OCW uitvoert voor de Nederlandse afdelingen van de Europese scholen. Daarvan is 7,6 miljoen euro bestemd voor salarisuitkering (inclusief werkgeverslasten) voor de Nederlandse leerkrachten die formeel in dienst zijn bij het Ministerie van OCW.
  • 2,1 miljoen is bedoeld voor de infrastructuur en kwaliteitsborging van het Nederlands onderwijs in het buitenland. Het betreft hier de ondersteuning op het gebied van onder andere professionalisering en de onderwijskwaliteit van de ruim 200 Nederlandse scholen die wereldwijd zorgen voor (aanvullend) Nederlands (taal- en cultuur)onderwijs.

Alle bij NOB aangesloten Nederlandse scholen in het buitenland en de Nederlandse afdelingen van de Europese scholen staan voor hun onderwijskwaliteit onder toezicht van de Nederlandse Onderwijsinspectie. Bij NOB aangesloten Nederlandse scholen in het buitenland moeten voldoen aan de voorwaarden voor aansluiting zoals vermeld in de Akte van Aansluiting.

Alle aangesloten Nederlandse scholen ontvangen via NOB een financiële bijdrage van het Ministerie van OCW van ongeveer 270 euro per leerling per jaar.  

Damesakkoord Nederland – Vlaanderen

Het zogenaamde Damesakkoord is op maandag 30 mei 2016 door de ministers van Onderwijs van Nederland en Vlaanderen ondertekend in Brussel. Het beschrijft de wens tot een nauwere samenwerking op het gebied van onderwijs. In het akkoord wordt benoemd dat Nederland en Vlaanderen het belangrijk achten dat er een aanbod van kwalitatief goede Nederlandstalige scholen en programma’s bestaat in het buitenland. De financiering voor de infrastructuur (NOB) en het kwaliteitstoezicht door de Nederlandse Onderwijsinspectie blijven bestaan. De beide ministers zullen de gesprekken met en over (de toekomstige ontwikkelingen van) NOB samen voeren. Jaarlijks wordt bovendien 330.000 euro extra ter beschikking gesteld voor de versterking van de kwaliteit van het onderwijs wereldwijd.