Frits geeft les op Europese school Brussel IV

“Wat me enorm aanspreekt aan het lesgeven op een Europese school is de internationale component”


Frits van der Ree gaat geen buitenlandavontuur uit de weg. Hij ging van Waalwijk naar Curaçao, toen naar Brunei en inmiddels geeft hij les aan de Europese School Brussel IV. Frits vertelt over zijn ervaringen, en geeft tips voor vertrekkende leerkrachten: “Verdiep je in de culturele do’s en don’ts. Wees flexibel en omarm de hele ervaring.”

“Nadat ik de PABO heb gedaan, heb ik nog een opleiding gedaan tot leraar speciaal onderwijs. Ik ben vervolgens in 1992 begonnen met lesgeven op de Drs. D. Schoutenschool voor LOM-onderwijs (onderwijs voor leerlingen met leer- en opvoedingsmoeilijkheden) in Waalwijk. De zes jaar die ik in totaal heb gewerkt voor deze school zijn behoorlijk bepalend geweest voor mijn kijk op onderwijs: elk kind had al een kortere of langere periode van tegenslag op een basisschool in de regio achter de rug. Je eerste taak is dan te zorgen dat het kind het plezier in school weer terugkrijgt. Een kind dat niet lekker in z’n vel zit, komt aan leren niet toe.

Ik wilde graag naar het buitenland, al wist ik in het begin niet goed hoe. Ik wist niet eens dat NOB bestond… Tot ik een aantal jaren later op de NOT in Utrecht een informatiestand tegenkwam van NOB, toen heb ik daar gelijk wat foldermateriaal en een inschrijfformulier meegegrist en enige maanden later stond ik met een gepakte koffer op Schiphol klaar voor mijn allereerste vliegreis ooit, naar Curaçao.

Van 1998 tot 2002 heb ik daar gewerkt voor de Schroederschool. Een heerlijke tijd en een prima (en gemakkelijke) eerste stap naar een carrière buiten Nederland. Maar ik wilde graag écht naar het buitenland en Curaçao was me eigenlijk toch te Nederlands. In 2002 maakte ik de overstap naar Panaga School in Brunei Darussalam. Daar heb ik het enorm goed naar mijn zin gehad. Ik heb daar ook mijn (Bruneise) vrouw ontmoet, waarmee ik getrouwd ben voordat we Brunei verruilden voor Brussel. Zij werkte als teaching assistant op de Panaga School, en werkt nu in eenzelfde job parttime op de Europese School Brussel III (Elsene). Ik heb daar van 2010 tot 2015 gewerkt, vanaf 2015 tot nu werk ik op de Europese School Brussel IV. Onze kinderen zijn ook geboren in Brussel: zoon Aaron in 2011 en dochter Yasmin in 2014.

Van speciaal onderwijs naar regulier onderwijs 
Ik heb geen werkervaring in het reguliere basisonderwijs in Nederland, alleen die zes jaar in het speciale onderwijs. Dit was een werkomgeving waarvan ik enorm genoten heb en waar ik prachtige, waardevolle ervaringen heb opgedaan. Ik kan me nog goed herinneren dat ik op mijn eerste werkdag in Curaçao in groep 4 omver werd geblazen door het onwaarschijnlijk voorbeeldige gedrag van mijn leerlingen… De kinderen konden langere tijd geconcentreerd luisteren en werken. En dan dat leesniveau! Het kostte me enige tijd voordat ik me realiseerde dat mijn referentiekader was gevormd door die eerste zes jaar in het speciaal onderwijs.

Van een internationale school naar een Europese school 
Wat me in Brunei enorm aansprak was de vanzelfsprekendheid waarmee kinderen van allerlei afkomsten met elkaar optrokken: Nigeriaans, Omaans, Australisch, Chinees, Nederlands enzovoorts, waarbij taal geen enkel probleem was. In 2010 liep mijn contract af in Brunei. Hoewel ik daar graag gebleven was, had ik er al 8 jaar opzitten, waarmee ik een van de langstzittende leerkrachten was. Omdat mijn moeder in die periode steeds zieker werd, leek het me een goed idee om een job te zoeken dichter bij Nederland. De baan waar ik op solliciteerde kwam ik tegen op de website van NOB. De school waar ik nu werk ligt aan de noordzijde van Brussel. Het is een zeer ruim opgezet complex en een interessante combinatie van modern en monumentaal. De lokalen zijn zeer ruim en voorzien van een vrij goede ICT-infrastructuur. De lessen beginnen ’s ochtends om 08:15 uur en eindigen om 15:05 uur. Woensdagmiddag zijn de kinderen vrij. De kleuters, de eerste klas en de tweede klas hebben ook de vrijdagmiddag vrij. De hogere klassen hebben dan twee lesuren Europese Uren. Doel van deze uren is dat de leerlingen van de verschillende nationaliteiten en uit de verschillende taalsecties elkaar leren kennen, kennisnemen van elkaars sociaal-culturele achtergrond en met elkaar leren samenwerken.

Wat me enorm aanspreekt aan het lesgeven op een Europese school is de internationale component: het samenwerken met leerkrachten en ouders die vanuit een ander referentiekader opereren. Wij zijn als Nederlanders heel soepel en informeel in de omgang met ouders, collega’s en directie. Dat ligt in andere taalsecties soms heel anders.

Verschillende wereldbeelden 
Mijn Europese school is geen Nederlandse school, maar heeft een Nederlandstalige sectie. Dat lijkt min of meer hetzelfde, maar dit is het niet. Het aantal Vlaamse leerlingen is fors hoger dan het aantal Nederlandse leerlingen. Op de school zelf vormen de leerlingen één smeltkroes van allerlei achtergronden. Dat leidt weleens tot lastige situaties rond bijvoorbeeld huiswerk: in Finland wordt per definitie géén huiswerk gegeven, in Vlaanderen willen ouders dat hun kinderen serieus studeren, terwijl Nederlanders vrij laid back zijn met huiswerk: geen grote hoeveelheden, maar wel met regelmaat. Sommige ouders vragen om meer, anderen willen dat het leren uitsluitend op school plaatsvindt, maar je stelt natuurlijk nooit iedereen tevreden.

“Zonder serieuze uitrusting stap je hier niet op de fiets” 
Hoewel Brussel ogenschijnlijk niet ver van Nederland ligt, zijn er zeker (grote) verschillen merkbaar. Wat mij opvalt in Nederland is de prettige manier waarop je overal wordt aangesproken. Mensen zijn benaderbaar, behulpzaam en vriendelijk. Dat valt mij op in winkels, op straat maar ook bijvoorbeeld bij het aanvragen van een paspoort. Dat is een groot verschil met België. Nederland is verder heel geordend, netjes. Soms bijna té, maar aan de andere kant zie je ook hoeveel oog er is voor detail!

In België ben ik als enthousiast fietser uiteindelijk toch maar een helm gaan dragen. De gebrekkige infrastructuur voor fietsers en het beperkte enthousiasme en begrip voor fietsers (plus het forse aantal mensen dat append en bellend rondrijdt) hebben er uiteindelijk voor gezorgd dat ik, met enige tegenzin, toch zo’n ding opzet. Maar ik schiet elke ochtend weer in de lach als ik zie hoe sommigen zich hier uitdossen als ze op de fiets stappen. Fietsen wordt hier bijna net zo serieus genomen als diepzeeduiken of bergbeklimmen. Zonder serieuze uitrusting stap je hier niet op de fiets!

De volgende bestemming? 
Van de 25 jaar dat ik nu lesgeef, heb ik 19 jaar op een school gewerkt buiten Nederland. Dat, gekoppeld aan het feit dat mijn vrouw afkomstig is uit Brunei, maakt dat ik een terugkeer naar Nederland niet als reële optie zie. We hopen erop nog eens in Singapore terecht te komen. Een dynamische stad met een uitstekende Nederlandse school. Een terugkeer naar Brunei behoort ook nog tot de mogelijkheden. We zullen afwachten wat zich aandient!”